In overleg met de Koninklijke Luchtmacht is op 20 september 1995 de Stichting PHantasy in Blue opgericht om de ontwikkeling en bouw van een eerste vijftien door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten geselecteerde, voor de KLu-historie belangrijke, modellen te realiseren. Het contract hiervoor is op 20 december 1995 tot stand gekomen. De stichting is sinds september 1995 ook buitengewoon lid van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart. Ook de KLM heeft haar vloot van in een eerder stadium gebouwde modellen aan de Stichting PHantasy in Blue toevertrouwd.

home | sitemap | contact

Luchtvaarthistorie in modelbeeld

Het is een mooie dag, aan de rand van de startbaan staat een drom mensen naar de lucht te kijken. Het geluid van een vliegtuigmotor nadert tergend langzaam. Tot hun verbazing zien ze op zo'n tien meter hoogte een oldtimer aankomen. Worstelend met een vleugje wind vliegt het toestel voorbij, waarna het met een flauwe bocht weer over de startbaan wegdraait. De militaire luchtvaart is aarzelend begonnen, niet alleen in Nederland. De eerste vliegtoestellen waren geweldig primitief, alles moest met vallen en opstaan geleerd worden. De Farman was al weer moderner dan de Brik, je kon in een schuitje zitten. Het weer was al gauw niet goed genoeg om te kunnen vliegen. En lang vliegen was als je wel een uur in de lucht kon blijven. Maar het was wel fijn om vanuit de lucht troepenbewegingen op de grond goed te kunnen observeren. Verkennen was de eerste militaire taak van het vliegtuig. Verkennen is nog steeds een topprioriteit.

Terwijl de oude kist uit 1913 wegdraait klinkt opeens het snel aanzwellende geluid van een straalmotor. Met hoge snelheid schiet een Starfighter van de Koninklijke Luchtmacht voorbij. Het toestel trekt verticaal op, maakt een wing-over, komt met pittige snelheid weer laag boven de baan om vervolgens een snelle rol en een halve looping te maken.

Een schouwspel uit vervlogen tijden? De Luchtmacht heeft immers geen vliegwaardige Starfighters meer en een operationele oldtimer is al helemaal een zeldzaamheid. Toch komt dit een klein beetje in de buurt van het heden. Maar dan letterlijk klein, want het publiek is getuige van het voorvliegen van twee grote schaalmodellen, gebouwd en gevlogen door de Stichting PHantasy in Blue.

De sprong naar meer dan twee keer de geluidsnelheid is heel erg groot. Toch kon de Starfighter, het snelste vliegtuig ooit in dienst bij de Luchtmacht, dat op zijn sloffen vliegen, maar niet boven ons land! De Stichting richt zich op de historie, dus op vliegtuigen die niet meer operationeel zijn. Met deze schaalmodellen kunnen die enorme contrasten weer (vliegend) zichtbaar worden gemaakt. Van de extreem simpele eerste vliegtuigen, die best wel moeilijk te vliegen waren, tot de complexe straaljagers met hun speciale vliegbeelden. In deze schaalmodellen komen de kenmerken van elk vliegtuigtype weer naar voren.

In de loop van 2003, als de Koninklijke Luchtmacht 50 jaar bestaat, zal de collectie van PHantasy in Blue meer dan vijftig schaalmodellen bevatten. Samen geven deze een goed beeld van de ontwikkeling van het luchtvaartuig binnen de Nederlandse militaire luchtvaart.

Wie realiseert zich nog als hij een straaljager of een verkeersvliegtuig over ziet komen, dat omstreeks 1920 de meeste, toen moderne, rompen waren gebouwd van stalen buizen? Deze waren bekleed met gebleekt vliegtuiglinnen, dat over zogenaamde carrosserielatten was gespannen. Dat was de huid van de de romp zijn , simpel maar wel effectief. Om het linnen zo strak als een trommelvel te krijgen werd het met celluloselak behandeld. Vliegtuigstoelen werden zo licht mogelijk gemaakt, vaak van pitriet. De vleugels en kielvlakken werden opgebouwd met behulp van ribben en liggers en dat geheel weer bespannen met vliegtuiglinnen. Landingsgestellen waren niet intrekbaar, vanuit de cockpit liepen allerlei staalkabels en stangen om het vliegtuig te kunnen besturen.

De meeste militaire toestellen werden volgens deze constructie methodes gefabriceerd. O ja, vliegtuigen met één vleugel waren in de minderheid. Toestellen met twee vleugels van gelijke spanwijdte kwamen het meeste voor. Of met een grote en een kleine vleugel, die min of meer boven elkaar zaten.

In onze collectie komen veel modellen van Fokker vliegtuigen voor, dat komt door de grote rol die Fokker voor mei 1940 speelde op het punt van ontwikkeling en levering van toestellen aan de LVA. De LVA, MLD, KLM en ML-KNIL lieten de toestellen volgens hun specificaties ontwikkelen en bouwen.

Niet alleen in Nederland speelden Fokkers in de periode tussen de twee wereldoorlogen een grote rol. Fokker was als bouwer van verkeersvliegtuigen tot 1934/35 zelfs één van de toonaangevende fabrikanten ter wereld. Bij Fokker of America werden heel toestellen gebouwd voor de Army Air Force.

Technologiesprongen op het gebied van de luchtvaart werden niet op tijd en niet voldoende in Fokker ontwerpen toegepast. Dat werd in de tweede helft van de dertiger jaren pijnlijk duidelijk. Tot die tijd werden Fokkers als C-V, S-IX, C-X als top producten beschouwd. Solide gebouwde ribbenvleugels, staalbuisrompen, landingsgestellen die tegen een stootje bestand waren en redelijk eenvoudig te onderhouden. Dit gebeurde vooral op Soesterberg, bakermat van de Koninklijke Luchtmacht. Ook was het heel gewoon om toestellen in de eigen LVA-timmerwerkplaats uit overtollige materialen samen te stellen. Vergeleken bij tegenwoordig waren het tamelijk kleine series toestellen van één type.

De meidagen van 1940

Met Fokkers moesten de vliegtuigbemanningen ons land verdedigen in de meidagen van 1940. Samen met de luchtdoelartilleristen wisten zij de aanvaller zwaar te hinderen in zijn veroveringszucht. De prijs hiervoor was uiteindelijk hoog, de LVA verloor vrijwel al haar gevechtstoestellen. De inwoners van ons land kregen bittere lessen in die meidagen van 1940 en de daarop volgende jaren van bezetting. Een periode die onze ouders en grootouders niet nog een keer willen beleven. Nog steeds zijn er veel veteranen die terugkijken op die harde tijd. Met onze modellen willen wij ook een steentje bijdragen aan het gevoel van erkentelijkheid voor hun inzet. Elk jaar tijdens de veteranendagen op Vliegbasis Soesterberg tonen wij een stukje van hun verleden, onze geschiedenis. De tijd is niet stil blijven staan en 1940-1945 ligt ver achter ons. Toen zij in Nederland niet meer verder konden vechten, weken veel militairen uit naar Engeland. Ook jonge Nederlandse mannen en vrouwen elders in de wereld meldden zich voor opleidingen bij landmacht, luchtmacht en marine. In geallieerde eenheden leverden zij grote inspanningen.

De ML-KNIL in Nederlands-Indië

Nederlands Indië moest verdedigd worden. Daar werden vliegtuigen uit de USA voor aangeschaft, zoals Brewsters, Curtissen en Curtiss-Wrights, Glenn Martins, Lockheed Lodestar (transportvliegtuigen). Niet het modernste materiaal weliswaar maar je kon er mee vechten. Met Avro leskisten, Fokkers en Ryans werd het vliegen binnen de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (ML-KNIL) geleerd. Na de capitulatie van onze strijdkrachten in Indië werd de oorlog vanuit Australië voortgezet met sterke vliegtuigen als Curtiss P40N en North American B-25 Mitchell. De ML-KNIL squadrons maakten deel uit van de Australische luchtstrijdkrachten. Vele honderden jonge mannen en vrouwen leverden zo hun persoonlijke aandeel aan de strijd in de Pacific tegen het rijk met de Rijzende Zon in haar vlag.

De vliegschool in Jackson USA

In de USA werd een complete Nederlandse vliegschool te Jackson opgezet; daar leerden jonge piloten en andere vliegtuigbemanning leden, vanaf de eerste stap t/m operationeel vliegen het militaire handwerk. De vliegers in opleiding begonnen op de Fairchild PT19, gevolgd door de BT-13. Voor het vliegen op tweemotorige toestellen werden de bemanningen getraind op de Beechcraft AT-11 en tenslotte de North American B-25 Mitchell bommenwerper. In de squadrons achter het front werden de laatste kneepjes van gevechtsvliegen bijgebracht. Dan was het betrekkelijk veilige opleidingsvliegen voorbij en begonnen de operationele missies vanuit Australië en later Nieuw Guinea.

Terugkeer naar Nederland, de wederopbouw

Toen, na vijf oorlogsjaren, Nederland haar soevereiniteit weer herwonnen had, moest er hard gewerkt worden aan de wederopbouw. Wegen, bruggen, verkeersknooppunten, woningen en bedrijven, er was enorm veel vernietigd of beschadigd. Ook onze defensie moest weer worden opgebouwd. Omdat het leger en de luchtstrijdkrachten vooral binnen de Engelse strijdkrachten gefunctioneerd hadden stonden de daar gebruikte structuren en systemen model. Het is dan ook niet zo vreemd dat de Leger Luchtmacht Nederland op Britse leest geschoeid werd. Lesvliegtuigen, verbindingsvliegtuigen, gevechtsvliegtuigen kwamen in deze periode vooral uit RAF-bestanden. De Harvard vormde daarop een uitzondering. Dit ijzersterke toestel met z'n stevige stermotor is oorspronkelijk ontwikkeld door North American voor de Army Air Force. Echter door zijn uitmuntende kwaliteiten vond het al gauw een grote erkenning en verbreiding. Onze Harvards komen uit Canada, waar zij in licentie zijn gebouwd bij Noorduijn. Om ook op meermotorige toestellen te kunnen vliegen bestond er de vervolgvliegopleiding op Airspeed Oxford. Navigators, telegrafisten en boordschutters werden op de Avro Anson in hun vak praktisch geschoold. Deze toestellen werden ook wel voor ander doeleinden gebruikt, zoals koeriersdiensten.

Koninklijke Luchtmacht, 1953...

Binnenlandse transportvluchten met passagiers en goederen werden veel uitgevoerd door een klassieker met twee vleugels de "Dominie". Dit toestel is vooral bekend geworden van de vluchten naar de waddeneilanden als kruiend ijs het gebruik van de veerboten weer eens onmogelijk maakte. Uit Groot Brittannië waren ook gevechtsvliegtuigen meegenomen, zoals de legendarische “Spitfire”. Dit jachtvliegtuig zou al spoedig opgevolgd worden door de eerste straaljager. Onze eerste straaljager was de Gloster Meteor F Mk.IV, een tweemotorig toestel, dat heel wat feeling van de vlieger vroeg. Twee straalmotoren dat was vaak Double Trouble! Veel jonge piloten hadden dat te laat in de gaten. Al gauw kwam de Meteor T Mk.VII in dienst zodat vliegers tenminste het vliegen met deze straaljager konden leren met een instructeur aan boord. De Meteor F Mk.IV werd opgevolgd door de F Mk.VIII, die door Fokker in licentie werd gebouwd. Dakota's waren natuurlijk sterkere werkpaarden dan Dominie's, ze konden ook gemakkelijker voor droppings gebruikt worden, meer passagiers meenemen en zwaardere lading vervoeren.

De wederopbouw van de militaire luchtvaart kwam in een stroomversnelling door "De Koude Oorlog", in hoog tempo werd het luchtwapen opgebouwd en uitgebreid. De dreiging van de communistische expansie naar West-Europa werd groot, dat leidde tot de stichting van de Noord Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO). Toestellen kwamen nu voor een steeds belangrijker deel niet meer uit het Verenigd Koninkrijk, maar vooral uit de USA. De inspanningen werden enorm opgevoerd, een wapenwedloop was het gevolg. In die periode is het luchtwapen totaal veranderd. De straaljager werd gemeengoed, helikopters zijn niet meer weg te denken en allerlei raketten zijn ingevoerd.

Opleiden tot vlieger blijft een zaak die eenvoudig begint. De laatste Fokker die voor de elementaire vliegopleiding is ontwikkeld en gebouwd was de S-11 Instructor, 39 stuks zijn door de Luchtmacht in dienst genomen. Het was een eenvoudig toestel dat tegen heel wat mishandeling bestand was. Ontelbaar veel straaljagerpiloten hebben op dit toestel de grondbeginselen van het vliegen geleerd.

De F-84E Thunderjet, was de eerste straaljager binnen onze luchtmacht die speciaal bestemd was voor aanvallen van gronddoelen. Vaak zag je ze in paren op geringe hoogte vliegen. Het geluid van de turbine was betrekkelijk zacht. De Thunderjet was de eerste straaljager die een kernwapen kon meevoeren. Gelukkig is dat nooit in een oorlogsinzet nodig geweest, de KLu was er niet mee uitgerust. Begin jaren 50 kwamen ook de Lockheed T-33's in dienst; ruim 60 toestellen inclusief de fotoverkenninguitvoering. Deze tweezitter is afgeleid van de P-80 Shooting Star. De P-80 was net te laat operationeel om nog iets in WO-II te kunnen betekenen. De T-33's van Whisky Four, gevlogen door instructeurs van de Jacht Vlieg School (JVS) op Woensdrecht, zijn in Nederland bekend geworden door de wijze waarop deze professionals het militaire formatie- en kunstvliegen demonstreerden.

Van S-4 tot S-14 overspant de boog van de lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd door Fokker. Vliegtuigontwikkeling is een indrukwekkend technisch gebied. In dertig jaar van open, langzame, tweedekker naar subsone straaltrainer. Van de S-14 werden 20 stuks door de Luchtmacht gebruikt. Instructeur en leerling zaten naast elkaar. De enorm grote cockpitkap was niet in één stuk gevormd, maar net als bij de Gloster Meteor T Mk VII uit veel perspexpanelen opgebouwd.

Moderne defensie heeft niet alleen behoefte aan goede les-, jacht-, fotoverkenning-, transportvliegtuigen en bommenwerpers, maar is ook voor waarneming- en verbindingtaken afhankelijk van kleine wendbare toestellen. Zo werd artillerie waarneming gedaan met toestellen als Piper L-21A/B Super Cub en Taylorcraft Auster. Voor lichte verbindingstaken werd de De Havilland U-6A Beaver S-1 in dienst gesteld. Ook de helikopter stond al voor de deur. De eerste in dienst bij onze luchtmacht was de Hiller H-23B Raven.

Bekende toepassingen van de Alouette III waren de SAR vluchten en het demonstratieteam de Grasshoppers. Ook de Koningin laat zich nog bij voorkeur door deze heli binnen ons land vliegen. De heli is niet meer uit het luchtruim weg te denken, net zo als bij de vliegtuigen is de tegenwoordige heli niet meer te vergelijken met zijn soortgenoot van 50 jaar geleden.

En toen kwamen de echt snelle straaljagers! Wie kent ze niet, al was het maar bij naam: Hunter, Kaasjager, Thunderstreak. Deze toestellen konden allemaal sneller dan het geluid vliegen. Ze waren allemaal ontwikkeld om een mogelijke agressor succesvol het hoofd te bieden. Ze waren allemaal weer een stuk ingewikkelder dan de eerste generatie straaljagers en……….. ze waren tot veel meer in staat dan hun voorgangers. Na deze toestellen is de F16 als gevechtsvliegtuig voor allerlei taken gekomen en daarna…..? Wat er komt zal de tijd leren, met deze modellenvloot hebben wij u het verleden vanuit ons modelbouwersperspectief kunnen tonen. De Koninklijke Luchtmacht heeft ons daar steeds bij ondersteund, dat geeft ons een bijzonder goed gevoel!

Model uitgelicht

North American ..

Titel

aanbouw

Afdeling

Erwin van den A..

Bouwer

Vlieger

326 cm.

Lengte

99 cm.

Hoogte

30 kg.

Gewicht

412 cm.

Spanwijdte

0 cm².

Vleugel opp.

1 : 5

Schaal

... bekijk meer informatie